Citaat | Hoge Raad 7 september 2007

Alinea 43 Hoge Raad 7 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3521.

3.5. In rov. 2.4.9 heeft de rechtbank nog in haar overweging betrokken dat het bedrijf van [verweerder 1] al vele jaren bestaat, dat ook thans in opvolging is voorzien, dat de salarislasten van de zoon van [verweerder 1] in de jaarcijfers zijn verdisconteerd en dat de maatschappelijke positie van [verweerder 1] die van een ondernemer is, zoals zijn vader voor hem en, naar aan te nemen valt, zijn zoon na hem. Onderdeel 2.5 betoogt dat de rechtbank ten onrechte aan deze omstandigheden betekenis heeft toegekend omdat bij beantwoording van de vraag naar de keuze van een redelijk handelend onteigende de persoonlijke voorkeuren en omstandigheden van de onteigende geen rol spelen. Deze klacht faalt. Het beginsel dat de onteigende recht heeft op volledige schadeloosstelling noopt de rechter die staat voor de vraag of de aan een onteigende uit hoofde van het verlies van zijn bedrijf toekomende schadeloosstelling moet worden berekend op basis van liquidatie van het bedrijf dan wel op basis van voortzetting daarvan op een andere locatie, te kiezen welke van die twee mogelijkheden het meest in de rede ligt, ongeacht de persoonlijke wensen van de onteigende op dit punt. Daartoe dient de rechter te onderzoeken wat iemand in de omstandigheden van de onteigende als redelijk handelend persoon zou doen indien hij zijn bedrijf niet meer op het onteigende kan voortzetten, in welk onderzoek de rechter, indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, tevens dient te betrekken of de billijkheid een schadeloosstelling op de ene of de andere basis meebrengt. De persoonlijke voorkeur van de onteigende speelt dus geen rol, maar zijn persoonlijke omstandigheden zijn wel van invloed. De rechtbank heeft dit niet miskend, nu zij in haar beoordeling van de hier aan de orde zijnde vraag geen gewicht heeft toegekend aan de persoonlijke voorkeur van [verweerder 1]. Voorzover het onderdeel ervan uitgaat dat de onderneming gezien de daarop rustende hoge hypotheeklasten in beginsel als niet levensvatbaar moet worden beschouwd, behoeft het, gezien het hiervoor in 3.4 overwogene, geen behandeling meer. Ook onderdeel 2.6, dat terecht tot uitgangspunt neemt dat de beslissingen in de rov. 2.4.10 en 2.4.27 van het vonnis niet in stand kunnen blijven, behoeft geen behandeling. Hetzelfde geldt voor onderdeel 2.7.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d64069e6b639a67ec0567a1c9d01361a91f8902c3157476eacfa644f270073e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d64069e6b639a67ec0567a1c9d01361a91f8902c3157476eacfa644f270073e4, en de alinea staat in dat document op bytes 15105 tot 17443.