Citaat | Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 68 Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3587.

De rechtbank heeft immers (zie hiervoor in 3.3.1) toepassing gegeven aan de hoofdregel van bewijslastverdeling van art. 150 Rv. door ervan uit te gaan dat op [eiseres] in beginsel de bewijslast rust van de door haar aan haar vordering ten grondslag gelegde medische fout van [verweerder] c.s. Zij heeft in rov. 4.3 van haar tussenvonnis de stelplicht van [eiseres] omschreven en vervolgens geoordeeld dat deze aan die stelplicht had voldaan en dat [verweerder] c.s. het door [eiseres] gestelde onvoldoende hadden betwist. Daarom is de rechtbank van dat gestelde voorshands uitgegaan en heeft zij [verweerder] c.s. belast met tegenbewijs. Dit alles past binnen de toepassing van de hoofdregel van bewijslastverdeling. Het hof heeft dus niet een door de rechtbank gehanteerde (vuist)regel van bewijslastverdeling, als door het onderdeel aangenomen, van de hand gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cf0ba4866a7cb11ad01f76b65748c7d07d0fed4fcbf8a6106f9305b12237e2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cf0ba4866a7cb11ad01f76b65748c7d07d0fed4fcbf8a6106f9305b12237e2e, en de alinea staat in dat document op bytes 22778 tot 23659.