Citaat | Hoge Raad 14 september 2007

Alinea 85 Hoge Raad 14 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4117.

De ondernemingskamer kan de vordering tot overdracht van de aandelen slechts afwijzen op een van de in het vierde lid van art. 2:92a en van art. 2:201a (limitatief) opgesomde gronden. Gelet op de aard en de strekking van deze regeling moeten deze afwijzingsgronden beperkt worden uitgelegd. In het bijzonder bieden zij de rechter in beginsel ook geen ruimte voor een belangenafweging (vgl. HR 16 januari 2004, C02/210, NJ 2004, 184). De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat de meerderheidsaandeelhouder die minder dan 95% van het geplaatste kapitaal houdt, nimmer door een constructie als de onderhavige de toepasselijkheid van de uitkoopregeling mag bewerkstelligen, vindt geen steun in het recht. Of het zich bedienen van een zodanige constructie jegens de minderheidsaandeelhouder(s) onrechtmatig is, hangt af van de omstandigheden van het geval waarbij dient te worden meegewogen of de minderheidsaandeelhouders daardoor onevenredig worden benadeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ede52287b078787750213886e172450b252ffa465d96b777fe8097fd1b865d7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ede52287b078787750213886e172450b252ffa465d96b777fe8097fd1b865d7f, en de alinea staat in dat document op bytes 31167 tot 32149.