Citaat | Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 40 Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4607.

3.2 Partijen zijn het oneens over de financiële afwikkeling van hun samenlevingsverband en procederen daarover sinds medio 1990. De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat [verweerster] op grond van een gelet op de aard van hun samenleving aan te nemen stilzwijgende overeenkomst tussen partijen die gedurende de periode van hun samenleving hun verhouding mede aan de hand van de redelijkheid en billijkheid nader bepaalde, redelijkerwijs gerechtigd is in de vermogensvermeerdering van [eiser] mee te delen, voorzover deze een gevolg moet worden geacht van het feit dat [verweerster] meer dan redelijk is te achten in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding heeft bijgedragen en zij zelf daardoor in haar vermogen dienovereenkomstig is achteruitgegaan. In haar eindvonnis van 21 juli 2004 oordeelde de rechtbank dat [verweerster] méér heeft bijgedragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding dan [eiser], en terzake daarvan recht heeft op vergoeding door [eiser] van een bedrag van ƒ 44.514,-- (€ 20.199,57). De rechtbank oordeelde daarnaast dat als gevolg van onbetaalde werkzaamheden van [verweerster] een actief van ƒ 77.000,-- (€ 34.941,08) in de onderneming van [eiser] is ontstaan en dat daaruit volgt dat er sprake is van een zodanige met de werkzaamheden van [verweerster] verband houdende vermogensvermeerdering, dat gelet op de redelijkheid en billijkheid, [verweerster] in die vermogensvermeerdering dient te delen en dat dit bedrag netto aan [verweerster] toekomt. Dienovereenkomstig veroordeelde de rechtbank [eiser] tot betaling van in totaal € 55.140,65 aan [verweerster], vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 1990. Het hof heeft in drie tussentijdse beroepen geoordeeld en vervolgens in het door [eiser] na het eindvonnis van de rechtbank ingestelde hoger beroep de vonnissen waartegen het was gericht bekrachtigd. Het cassatieberoep is gericht tegen de interlocutoire arresten van 18 mei 1995 en 3 februari 2000 en tegen het eindarrest van 17 november 2005. Tegen het oordeel van het hof dat partijen stilzwijgend een overeenkomst hebben gesloten als hiervoor omschreven richt het middel geen klachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5052ae5ed82df72f9376323145c3d29e87db1e0692d5612c4d08c49736785ef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5052ae5ed82df72f9376323145c3d29e87db1e0692d5612c4d08c49736785ef2, en de alinea staat in dat document op bytes 9024 tot 11221.