Citaat | Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 87 Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909.

4.1.3 Deze klacht faalt. Het stond het hof vrij om in dit geval, dat wordt gekenmerkt door de in rov. 4.7 van het bestreden arrest vermelde factoren - waaronder met name de aard van de overeenkomst (een vaststellingsovereenkomst inzake een zuiver commerciële transactie), en het feit dat partijen bij de totstandkoming daarvan werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden -, vooralsnog zonder een inhoudelijke beoordeling van de in het onderdeel bedoelde stellingen van [eiseressen], te komen tot een voorshands gegeven oordeel aangaande de uitleg van art. 8a en vervolgens te beoordelen of [eiseressen], de partij op wie hier de bewijslast rust, voldoende had gesteld om tot bewijs te worden toegelaten (vgl. HR 19 januari 2007, nr. C05/266, LJN AZ3178).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f366b7a8c73bc9276eb72a69f66ec917a2d38807e059295719b713036fcf5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f366b7a8c73bc9276eb72a69f66ec917a2d38807e059295719b713036fcf5b, en de alinea staat in dat document op bytes 25295 tot 26077.