Citaat | Hoge Raad 14 augustus 2007
Alinea 28 Hoge Raad 14 augustus 2007
Een alinea uit Hoge Raad 14 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4951.
4.4. Indien door of namens de verdachte bij het instellen van hoger beroep in de appelakte een ander adres is opgegeven dan dat waarop hij is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en de appeldagvaarding weliswaar volgens de wettelijke voorschriften met inachtneming van het adres waar de verdachte als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens aan de verdachte is betekend, maar deze hem niet tevens aan dat in de appelakte vermelde adres is toegezonden, kan de rechter die de zaak in hoger beroep behandelt niet op de enkele grond dat de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen aannemen dat deze van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht vrijwillig afstand heeft gedaan (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, rov. 3.38 onder a).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5ce1a14e7f4f3cd549cc76545d4cd619c302afbc382f386b97685da149a33fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5ce1a14e7f4f3cd549cc76545d4cd619c302afbc382f386b97685da149a33fb, en de alinea staat in dat document op bytes 10262 tot 11102.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5ce1a14e7f4f3cd549cc76545d4cd619c302afbc382f386b97685da149a33fb | shasum -a 256