Citaat | Hoge Raad 21 augustus 2007

Alinea 23 Hoge Raad 21 augustus 2007

Een alinea uit Hoge Raad 21 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5019.

Uit de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van verdachte en de eerder afgelegde verklaringen van verdachte bij de politie alsmede uit de aangifte van [benadeelde partij 1] leidt het hof af dat verdachte en haar mededaders [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden afgesproken gezamenlijk de sigarenwinkel van [benadeelde partij 1] te overvallen. Voorafgaand aan deze overval hadden de meisjes een taakverdeling gemaakt, waarbij is gesproken over de mogelijkheid geweld te gebruiken. Na eerst een keer de winkel in- en uit te zijn gegaan, zijn de meisjes (wederom) de winkel ingegaan, nu om de afgesproken overval te plegen. Verdachte wist dat mededader [medeverdachte 2] een zilverkleurig pistool bij zich droeg en dat [medeverdachte 2] de eigenaresse van de sigarenwinkel hiermee zou bedreigen. In de sigarenwinkel zei mededader [medeverdachte 2] dat dit een overval was, waarna zij de vrouw het wapen toonde. Hierop liet de eigenaresse merken dat ze niet onder de indruk was van het tonen van het wapen. Zij maakte een daartoe strekkende opmerking: "Ik heb het gezien hoor, en nou?". Verdachte is pas daarna de winkel uitgelopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77906dfe3fc47565a217bf2c18f8b7aca1b770a8b759c9a682f7a1f96d0c96ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77906dfe3fc47565a217bf2c18f8b7aca1b770a8b759c9a682f7a1f96d0c96ae, en de alinea staat in dat document op bytes 9314 tot 10482.