Citaat | Hoge Raad 3 juli 2007
Alinea 25 Hoge Raad 3 juli 2007
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5022.
3.4. De stukken van het geding houden niets in waaruit kan volgen dat is getracht de appeldagvaarding op het in de appelakte opgegeven adres uit te reiken. Het kennelijk oordeel van het Hof dat het bij het instellen van het hoger beroep opgegeven adres als achterhaald moest worden beschouwd, is niet zonder meer begrijpelijk. De enkele omstandigheid dat van de verdachte in de basisadministratie persoonsgegevens sinds 27 mei 2005 geen woon- of verblijfplaats bekend is, sluit immers niet de mogelijkheid uit dat het adres dat de verdachte in de appelakte heeft doen opnemen daarin is vermeld met het oog op de betekening van gerechtelijke mededelingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b023afb719d37449fb6c8b9d68d2d4febb66beba50a84819527f6e0b671163a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b023afb719d37449fb6c8b9d68d2d4febb66beba50a84819527f6e0b671163a6, en de alinea staat in dat document op bytes 9026 tot 9693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b023afb719d37449fb6c8b9d68d2d4febb66beba50a84819527f6e0b671163a6 | shasum -a 256