Citaat | Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 48 Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5315.

Ook de klacht tegen rov. 3.4 is tevergeefs voorgesteld. Voorzover de klacht betoogt dat [eiser] door de brief van 27 november 2002 op het verkeerde been is gezet, faalt zij op grond van het hiervoor overwogene. Het oordeel van het hof dat [eiser] ook anderszins geen omstandigheid heeft gesteld die meebrengt dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd de in art. 7:629a BW bedoelde verklaring over te leggen, is niet onbegrijpelijk en kan voor het overige, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ff1efac7d95533e778551c3f14ff53fe00c6eec0ff3c2e3664d21aab589fe02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ff1efac7d95533e778551c3f14ff53fe00c6eec0ff3c2e3664d21aab589fe02, en de alinea staat in dat document op bytes 12719 tot 13305.