Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 17 Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5614.

3.2. De klager is een notariskantoor. Eén van de notarissen van het kantoor, [notaris 3], wordt blijkens de vordering inbeslagneming van de Officier van Justitie verdacht van het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 Sr), in de periode van 1999 tot en met 11 januari 2006, subsidiair medeplichtigheid daaraan, en/of het doen opnemen van een valse opgave in een authentieke akte (art. 227 Sr), medeplichtigheid aan het onjuist en/of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen (art. 69 AWR) en/of deelneming aan een criminele organisatie, die het oogmerk heeft het plegen van misdrijven, te weten oplichting, valsheid in geschrift en het doen van onjuiste en/of onvolledige belastingaangiften (art. 140 Sr).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2d0e766ff5e8fc590ff4f4b5201053d31c7ea39a01bc139fb52a57ddd8c02a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2d0e766ff5e8fc590ff4f4b5201053d31c7ea39a01bc139fb52a57ddd8c02a, en de alinea staat in dat document op bytes 7359 tot 8179.