Citaat | Hoge Raad 3 juli 2007

Alinea 34 Hoge Raad 3 juli 2007

Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5624.

Met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte kan ik zeggen dat hij bij het begin van het delict toerekeningsvatbaar was, hij had namelijk de keuze om wel of niet weg te lopen. Het moment waarop hij niet toerekeningsvatbaar was kan ik moeilijk beantwoorden. Het tenlastegelegde betreft deze specifieke partnerkeus en deze specifieke vrouw. Ik acht het niet waarschijnlijk dat hij weer zo'n keuze zou maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ac58be47ac62b4e103d39c7c56e5b5d27b01caeee0fc7e729c47fa4a7c0e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ac58be47ac62b4e103d39c7c56e5b5d27b01caeee0fc7e729c47fa4a7c0e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 13983 tot 14419.