Citaat | Hoge Raad 3 juli 2007
Alinea 56 Hoge Raad 3 juli 2007
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5624.
Het recidivegevaar wordt aangenomen door te verwijzen naar de persoonlijkheidsstoornis. Er wordt niet uitgelegd waarom concreet sprake is van recidivegevaar. Als recidive verhogende factoren wordt in het psychiatrisch onderzoek verwezen naar een zogenaamd risico taxatie instrument: HKT-30, versie 2002. Deze factoren betreffen: A) historische; B) klinische en C) toekomstige situatieve factoren. Cliënt scoort matig in alle drie de categorieën. Deze bevinding draagt niet bij aan de stelling dat sprake is van reëel gevaar voor recidive. Dit gevaar wordt vervolgens gemotiveerd door te stellen dat op lange termijn een aanzienlijk gevaar zal bestaan voor het begaan van soortgelijke feiten waarvan hij ook nu wordt verdacht. Ook deze stelling wordt op geen enkele wijze transparant en inzichtelijk gemaakt voor de lezer. Deze poging om cliënt recidivegevaar toe te schrijven is mijns inziens volstrekt niet overtuigend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ac58be47ac62b4e103d39c7c56e5b5d27b01caeee0fc7e729c47fa4a7c0e0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ac58be47ac62b4e103d39c7c56e5b5d27b01caeee0fc7e729c47fa4a7c0e0d, en de alinea staat in dat document op bytes 21991 tot 22928.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0ac58be47ac62b4e103d39c7c56e5b5d27b01caeee0fc7e729c47fa4a7c0e0d | shasum -a 256