Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 111 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5632.
II. Blijkens het hiervoor onder 10 opgenomen bewijsmiddel heeft de verdachte toegegeven op 3 juni 2004 met de dokterstelefoon te hebben gebeld omdat iemand - van welke persoon de verdachte de identiteit niet heeft aangeduid - nog bolletjes met cocaïne in zijn lichaam had die er niet uit wilden komen. Voorts heeft de verdachte, zoals uit de onder 6, 8 en 10 opgenomen bewijsmiddelen volgt, verklaard dat hij op eerdergenoemde datum contact heeft opgenomen met de dokterstelefoon omdat hij zelf problemen had met zijn ontlasting en dat hij laxeermiddelen had ingenomen. Uit deze verklaringen, in onderling verband en samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte dat hij van de medeverdachte [medeverdachte 1] een bedrag van € 2.500,- had ontvangen, leidt het hof af dat het de verdachte zelf is geweest die problemen heeft ondervonden met het uitscheiden van een deel van de zich in zijn lichaam bevindende 91 bolletjes.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208, en de alinea staat in dat document op bytes 18319 tot 19311.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208 | shasum -a 256