Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 129 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5632.
"De andere grond waarop voeging van processen-verbaal en voorwerpen achterwege moet blijven, staat in het tweede lid. Mededelingen gedaan door of aan een persoon die zich op grond van artikel 218 zou kunnen verschonen indien hem als getuige naar de inhoud van die mededeling zou worden gevraagd, worden in beginsel niet bij de processtukken gevoegd. Zij moeten zo spoedig mogelijk worden vernietigd. De ratio van deze beperking is, dat het verschoningsrecht anders illusoir zou kunnen worden. Het voegingsverbod ziet slechts op mededelingen die onder de geheimhoudingsplicht vallen (HR 29 juni 1993, NJ 1993, 692); dit is in de wetstekst tot uitdrukking gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208, en de alinea staat in dat document op bytes 23899 tot 24575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208 | shasum -a 256