Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 133 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5632.
"De leden van de fractie van D66 vragen zich af of de regering het gebruik van opsporingsmethoden in de praktijk ten aanzien van geheimhouders inzichtelijker kan maken. Zij willen weten of advocaten met bijzondere opsporingsmethoden als tappen en afluisteren in aanraking zullen komen. Zij vragen zich af hoe de situatie is wanneer een advocaat ervan wordt verdacht betrokken te zijn bij georganiseerde criminaliteit en hij met anderen gesprekken heeft, die normaliter onder de paraplu van de geheimhouding behoren te vallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208, en de alinea staat in dat document op bytes 25660 tot 26198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208 | shasum -a 256