Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 137 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5632.

"De leden van de fractie van het CDA vragen of de onvoorwaardelijke plicht tot vernietiging van gegevens die onder het verschoningsrecht vallen, niet te ver gaat. Zij vragen zich af of controle of de vernietiging terecht heeft plaatsgevonden nog mogelijk is. Het antwoord op de laatste vraag is negatief. Het belang van de waarheidsvinding moet hier naar mijn oordeel wijken voor het belang dat een ieder zich vrijelijk tot één van de erkende verschoningsgerechtigden kan richten. Ik verwacht echter niet dat deze vernietigingsgrond veel te ruim zal worden toegepast. De officier van justitie, die met de vernietiging is belast, is belast met de opsporing van strafbare feiten, en zal derhalve niet geneigd zijn gegevens die in dat kader van belang zijn zonder noodzaak daartoe te vernietigen. Naar mijn mening gaat de onderhavige vernietigingsplicht niet te ver. Als een uitzondering zou gelden voor het geval de geheimhouder met voeging instemt, zou dat met zich mee brengen dat de officier van justitie de gegevens ter beschikking kan houden totdat de geheimhouder - eventueel veel later - op de hoogte kan worden gebracht. Dat komt mij alles afwegend ongewenst voor." (Kamerstukken II 1997-1998, 25 403, nr. 7, blz. 83-84)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208, en de alinea staat in dat document op bytes 27343 tot 28584.