Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 140 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5632.

3.7. Uit art. 126aa, tweede lid, Sv vloeit dus voort dat gegevens als in die bepaling bedoeld niet in het strafproces kunnen worden gebruikt. Dat brengt mee dat het Hof het hiervoor onder 3.2.2 sub 10 genoemde bewijsmiddel niet voor het bewijs had mogen bezigen, voor zover daarin is gerelateerd dat de verdachte tijdens zijn verhoor door de politie is geconfronteerd met de weergave van een telefoongesprek tussen hemzelf en de door hem geraadpleegde dokterstelefoon alsmede hoe hij op die confrontatie heeft gereageerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58bf847827ed03d0596a70b6f1b504800aa38170bb399304e08dba83d31f8208, en de alinea staat in dat document op bytes 30287 tot 30821.