Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2007
Alinea 32 Hoge Raad 30 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5665.
Ingevolge artikel 98, eerste lid Sv mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218 Sv zonder hun toestemming brieven of andere geschriften, tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen. Wel mogen zonder hun toestemming in beslag worden genomen brieven of geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend nu dergelijke brieven en geschriften geen object zijn van de aan evenbedoelde personen toekomende bevoegdheid tot verschoning. De aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning brengt mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken in beginsel toekomt aan de tot verschoning gerechtigde persoon. Het verschoningsrecht is echter in zoverre niet absoluut, dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden laten denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt - ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap aan de tot verschoning bevoegde persoon als zodanig is toevertrouwd - moet prevaleren boven het verschoningsrecht. Bij een zodanige belangenafweging kunnen meewegen de omstandigheid dat er sprake is van medeverdachten en het ten aanzien van die medeverdachten geldende onderzoeksbelang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2b77cb4215226c2737179ac7b8eae9b98e97e0bf83ca8292f7fdb870bd0f5ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2b77cb4215226c2737179ac7b8eae9b98e97e0bf83ca8292f7fdb870bd0f5ff, en de alinea staat in dat document op bytes 14709 tot 16036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2b77cb4215226c2737179ac7b8eae9b98e97e0bf83ca8292f7fdb870bd0f5ff | shasum -a 256