Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 43 Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5665.

4.5. Hetgeen de Rechtbank heeft vastgesteld kan de gevolgtrekking dat te dezen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden als hiervoor onder 4.3 bedoeld niet dragen. Zij heeft weliswaar overwogen, zakelijk weergegeven, dat het belang van de waarheidsvinding aanwezig is, waarbij kennisneming van de inhoud van het inbeslaggenomene essentieel is voor de voortgang van het onderzoek naar de strafbare feiten waarvan de genoemde verdachten worden verdacht, en daarbij betrokken de omstandigheid dat de klager als notaris een rol heeft vervuld bij de ABC-transacties, maar de enkele omstandigheid dat er sprake is van zodanig onderzoeksbelang ten aanzien van die verdachten, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet voldoende om te kunnen aannemen dat dit belang in het onderhavige geval moet prevaleren boven het verschoningsrecht. Daarbij verdient opmerking dat, anders dan bijvoorbeeld het geval was in HR 14 juni 2005, LJN AT4418, NJ 2005, 353, naast vorenbedoeld onderzoeksbelang de klager ten tijde van de inbeslagneming niet als verdachte van strafbare feiten of als medeverdachte ten aanzien van de strafbare feiten waarop de Rechtbank het oog had, was aangemerkt. Het oordeel van de Rechtbank is dan ook ontoereikend gemotiveerd. Het middel klaagt daarover terecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2b77cb4215226c2737179ac7b8eae9b98e97e0bf83ca8292f7fdb870bd0f5ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2b77cb4215226c2737179ac7b8eae9b98e97e0bf83ca8292f7fdb870bd0f5ff, en de alinea staat in dat document op bytes 21752 tot 23049.