Citaat | Hoge Raad 28 september 2007
Alinea 39 Hoge Raad 28 september 2007
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5800.
3.3 Middel I, gericht tegen het onder 3.2.2 weergegeven oordeel van het hof dat de man van de waarheid van de in de akten opgenomen verklaringen geen specifiek bewijs heeft aangeboden, slaagt. Het in eerste aanleg gedane en in hoger beroep als herhaald te beschouwen bewijsaanbod betreffende het bestaan van de leningen specificeert de getuigen die kunnen worden gehoord, onder wie de vader van de man, en is, gelet op de omstandigheden a dat de man reeds schriftelijke verklaringen van de vader heeft overgelegd met betrekking tot de door de man gestelde leningen en b dat uit het processuele debat van partijen duidelijk is dat de man de vader alleen als getuige heeft genoemd met het oog op hetgeen deze zou kunnen verklaren over de kwestie van de geldleningen, ook wat betreft de te bewijzen stellingen van de man voldoende specifiek. Het hof heeft mitsdien het bewijsaanbod van de man ten onrechte gepasseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/687002445414304582e6ea31fe32ed5de88f9900cd054561f420b37e0829c114. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 687002445414304582e6ea31fe32ed5de88f9900cd054561f420b37e0829c114, en de alinea staat in dat document op bytes 10933 tot 11861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/687002445414304582e6ea31fe32ed5de88f9900cd054561f420b37e0829c114 | shasum -a 256