Citaat | Hoge Raad 4 september 2007
Alinea 51 Hoge Raad 4 september 2007
Een alinea uit Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5810.
Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen staat vast dat over deze periodes door verdachtes toenmalige accountant [betrokkene 1], anders dan met betrekking tot het jaar 1998, aan de belastingdienst géén mededeling is gedaan over een mogelijke betalingsverplichting zijdens verdachte. Ook verdachte heeft een dergelijke mededeling met betrekking tot deze periodes niet gedaan. Daarentegen heeft verdachte tegenover het hof -zakelijk weergegeven- onder meer verklaard dat, hoewel hij wist dat er een suppletie-aangifte diende te komen, hij er op enig moment geen trek meer in had en dat hij vond dat de belastingdienst maar achteraan moest sluiten in de rij van schuldeisers. Hiermee staat naar het oordeel van het hof vast dat verdachte op zijn minst genomen de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat hij onjuiste of onvolledige aangiften had gedaan over deze periodes willens en wetens op de koop toe heeft genomen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91eced235000afa29dfc26c5fbedc23b8f40de1b5bc08d10ac3cc1248fabdfa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91eced235000afa29dfc26c5fbedc23b8f40de1b5bc08d10ac3cc1248fabdfa7, en de alinea staat in dat document op bytes 13941 tot 14883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91eced235000afa29dfc26c5fbedc23b8f40de1b5bc08d10ac3cc1248fabdfa7 | shasum -a 256