Citaat | Hoge Raad 4 september 2007
Alinea 62 Hoge Raad 4 september 2007
Een alinea uit Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5810.
Anders dan het middel betoogt, gaf het Hof daarmee niet blijk van een verkeerde opvatting van het begrip opzet in art. 69, tweede lid, AWR en is dat oordeel ook niet onbegrijpelijk. Het staat aan de rechter die over de feiten oordeelt vrij daarbij betekenis toe te kennen aan een zich later voordoende omstandigheid, in dit geval het aan de fiscus overleggen van een accountantsrapport waaruit blijkt dat "door verdachte over 1998 nog een bedrag van fl. 38.024,- aan omzetbelasting diende te worden voldaan". Immers, het enkele feit dat een aangifte - naar later door de verdachte wordt erkend - onjuist of onvolledig is, brengt nog niet mee dat de verdachte daarop van meet af aan opzet heeft gehad. Het in het middel bedoelde strekkingsvereiste maakt dit niet anders. Voor het overige berust het oordeel van het Hof op de aan hem voorbehouden selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91eced235000afa29dfc26c5fbedc23b8f40de1b5bc08d10ac3cc1248fabdfa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91eced235000afa29dfc26c5fbedc23b8f40de1b5bc08d10ac3cc1248fabdfa7, en de alinea staat in dat document op bytes 18612 tot 19528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91eced235000afa29dfc26c5fbedc23b8f40de1b5bc08d10ac3cc1248fabdfa7 | shasum -a 256