Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 31 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5825.

3.3.1. Voor de beantwoording van de vraag op welk tijdstip het recht tot strafvordering tegen een rechtspersoon of tegen een ingevolge het derde lid van art. 51 Sr voor de toepassing van de overige leden van art. 51 Sr met een rechtspersoon gelijkgestelde entiteit vervalt nadat aan hun bestaan een einde is gekomen, geldt het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301, en de alinea staat in dat document op bytes 12751 tot 13100.