Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 32 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5825.

Indien op het tijdstip dat een vervolging wordt aangevangen voor derden kenbaar is (bijvoorbeeld door publicatie in het Handelsregister) dat een rechtspersoon of een voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit ontbonden is, moet het recht tot strafvordering tegen die rechtspersoon of die entiteit als vervallen worden beschouwd, onverminderd de bevoegdheid van het openbaar ministerie om ter zake van een door die rechtspersoon of voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit begaan strafbaar feit een vervolging in te stellen tegen hen die tot dat feit opdracht hebben gegeven of feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301, en de alinea staat in dat document op bytes 13108 tot 13806.