Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 33 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5825.
Is de vervolging evenwel ingesteld voordat jegens derden kenbaar was dat de rechtspersoon of de voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit ontbonden is, dan is het recht tot strafvordering door de ontbinding niet aan het openbaar ministerie komen te ontvallen. Met het aan art. 2:6, eerste lid, BW ten grondslag liggende beginsel strookt te aanvaarden dat in die situatie de zich in staat van liquidatie bevindende rechtspersoon of ingevolge art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit in zoverre ook strafrechtelijk blijft bestaan (vgl. HR 8 maart 1994, LJN AE0553, NJ 1994, 408, rov. 3.10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301, en de alinea staat in dat document op bytes 13814 tot 14441.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301 | shasum -a 256