Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 37 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5825.

Dat oordeel geeft, gelet op hetgeen hiervoor onder 3.3.1-3.3.2 is overwogen, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat tot de stukken van het geding waarvan de Hoge Raad kennisneemt behoren een vordering van de Officier van Justitie tot het verlenen van een machtiging door de Rechter-Commissaris tot het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek tegen de betrokkene als bedoeld in art. 126, derde lid, Sv, gedateerd 9 augustus 2000, en een op deze vordering verleende machtiging daartoe van de Rechter-Commissaris, gedateerd 31 augustus 2000.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa744067156ef76c490e3493eaa54c1bf43f669435a373d913d0d47250c25301, en de alinea staat in dat document op bytes 16085 tot 16723.