Citaat | Hoge Raad 4 september 2007

Alinea 43 Hoge Raad 4 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5832.

3.5.1. Een politieambtenaar is op grond van art. 28 van de Ambtsinstructie bevoegd een ingeslotene door het aftasten en doorzoeken van diens kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen, en deze, indien ze worden aangetroffen, in bewaring te nemen. Uit dien hoofde komt een politieambtenaar de bevoegdheid toe iemand die wordt ingesloten, te bevelen zijn oorbel uit te doen. Indien deze daaraan niet voldoet, kan de politieambtenaar zelf en zo nodig - mede gelet op art. 8, eerste lid, Politiewet 1993 - binnen de door beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit getrokken grenzen de oorbel uit het oor van de ingeslotene nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f350e4723bc01438713fed2d5fa8d1665eff9745288c16e06f9f64da1770dbd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f350e4723bc01438713fed2d5fa8d1665eff9745288c16e06f9f64da1770dbd2, en de alinea staat in dat document op bytes 16250 tot 17015.