Citaat | Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 49 Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6231.

Overigens behoefde het hof zich niet van zijn oordeel dat tussen [betrokkene 1] en Thuiszorg Rotterdam een arbeidsovereenkomst bestond, te laten weerhouden door de enkele omstandigheid dat vaststaat dat [betrokkene 1] en Thuiszorg Rotterdam geen arbeidsovereenkomst met elkaar wilden sluiten, omdat zij de hiervoor in 3.1 onder (i) bedoelde verplichte deelneming van [betrokkene 1] in het PGGM-pensioenfonds niet wensten. Bij de beantwoording van de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst gold, is immers niet alleen van belang hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, maar ook de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4a9c2334a8e26c9a3aaba12ae96be1af3b1f11b5ef2d83059e73642d216f70b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4a9c2334a8e26c9a3aaba12ae96be1af3b1f11b5ef2d83059e73642d216f70b, en de alinea staat in dat document op bytes 19195 tot 19941.