Citaat | Hoge Raad 11 september 2007

Alinea 81 Hoge Raad 11 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 11 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6316.

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat hij regelmatig gebruik maakte van KaZaA om bestanden te downloaden. Op enig moment werd hij nieuwsgierig naar bestanden die kinderpornografische afbeeldingen zouden bevatten. Hij heeft via KaZaA de zoekopdracht [...] gegeven, waarna een lijst met onder andere de namen van de gevonden bestanden op zijn scherm verscheen. Ten aanzien van een aantal daarvan heeft hij de opdracht tot downloaden gegeven op zondag - naar het hof begrijpt op 24 augustus 2003 - om te kunnen bezien of er daadwerkelijk kinderpornografische afbeeldingen op stonden. Vervolgens is hij weggegaan, onder andere omdat het downloaden lange tijd in beslag kon nemen. De computer heeft hij aan laten staan. Op donderdag 28 augustus 2003 is hij teruggekomen en heeft hij de meeste van de gedownloade bestanden op zijn computer bekeken. De bestanden waarop kinderpornografie te zien was, heeft de verdachte, naar eigen zeggen, meteen gewist van de computer. Een aantal bestanden die hij niet kon openen op de computer van zijn vader heeft hij op een CD gebrand om die later te bekijken op zijn eigen laptop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/760f8d5d1f66847545dfdb84c76fb03e21381d94bd8c016eb965b79f09d3a20f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 760f8d5d1f66847545dfdb84c76fb03e21381d94bd8c016eb965b79f09d3a20f, en de alinea staat in dat document op bytes 21480 tot 22674.