Citaat | Hoge Raad 28 augustus 2007
Alinea 39 Hoge Raad 28 augustus 2007
Een alinea uit Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6580.
3.9.2. Bij de beoordeling van dit betoog moet worden vooropgesteld dat art. 1 van de Overeenkomst inhoudt dat de verdragsluitende partijen hun onderdanen niet uitleveren, maar dat in de Overeenkomst generlei bepaling voorkomt waaraan de verdragsluitende partijen de bevoegdheid zouden kunnen ontlenen om in gevallen waarin de gevraagde uitlevering voor het overige toelaatbaar zou moeten worden geacht, ook anderen dan hun onderdanen niet uit te leveren dan wel het begrip "onderdanen" ruimer op te vatten dan geacht kan worden te stroken met de bedoeling van de verdragsluitende partijen (vgl. HR 10 juni 1986, LJN AC1492, NJ 1987, 106). Aangezien niet is gesteld dat de opgeëiste persoon Nederlands "onderdaan" is in de zin van genoemde verdragsbepaling en zulks ook niet volgt uit de door of namens hem aangevoerde omstandigheden, kan het beroep op de omstandigheid dat de opgeëiste persoon reeds acht jaar in Nederland verblijft en dat diens verblijfsvergunning onlangs voor onbepaalde tijd is verlengd, de opgeëiste persoon niet baten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2ef931c2e1e29790320f434a9fc96cb223abcfb90c123311487acaa96823067. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2ef931c2e1e29790320f434a9fc96cb223abcfb90c123311487acaa96823067, en de alinea staat in dat document op bytes 20138 tot 21194.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2ef931c2e1e29790320f434a9fc96cb223abcfb90c123311487acaa96823067 | shasum -a 256