Citaat | Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 16 Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7184.

3.2. Voor het Hof was onder meer in geschil of de boetebeschikking moet worden vernietigd in verband met het beroep van belanghebbende op afwezigheid van alle schuld ter zake van de niet-betaling van de af te dragen belasting. Het Hof heeft dat beroep van belanghebbende verworpen. Daartoe heeft het geoordeeld dat reeds omdat de handelingen van de bank, welke door belanghebbende was ingeschakeld ter fine van effectuering van de betaling van de verschuldigde belasting, aan belanghebbende zijn toe te rekenen, en dat nu die bank klaarblijkelijk nalatig was bij de afdoening van de haar ter zake verstrekte opdracht, die nalatigheid aan belanghebbende moet worden toegerekend. Daaraan heeft het Hof de gevolgtrekking verbonden dat belanghebbende niet met vrucht kan stellen dat te harer aanzien sprake is van afwezigheid van alle schuld, ook al zou haar zonder bedoelde toerekening wellicht niets te verwijten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87ff35c0678c2377d2875c01bbcff73887a5d78a2396bd8bf8a136060ce52bf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87ff35c0678c2377d2875c01bbcff73887a5d78a2396bd8bf8a136060ce52bf4, en de alinea staat in dat document op bytes 5966 tot 6896.