Citaat | Hoge Raad 15 juni 2007
Alinea 17 Hoge Raad 15 juni 2007
Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7184.
3.3. Dit oordeel wordt in middel II terecht bestreden. De omstandigheid dat een inhoudingsplichtige de betaling van de op aangifte af te dragen belasting heeft opgedragen aan een bank, die aan die opdracht niet of niet tijdig heeft voldaan, doet niet eraan af dat die inhoudingsplichtige in verzuim is. Dat rechtvaardigt echter niet de gevolgtrekking van het Hof. Een inhoudingsplichtige kan immers met vrucht een beroep doen op afwezigheid van alle schuld indien hij stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verschuldigde bedrag tijdig op de rekening van de belastingdienst zou zijn bijgeschreven. Het Hof heeft zulks miskend. Het middel is gegrond en 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek of belanghebbende de hiervoor bedoelde zorg heeft betracht. Opmerking verdient in dit verband dat die zorg zich in het onderhavige geval niet uitstrekte tot een later tijdstip dan de uiterste betaaldatum van 31 januari 2002.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87ff35c0678c2377d2875c01bbcff73887a5d78a2396bd8bf8a136060ce52bf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87ff35c0678c2377d2875c01bbcff73887a5d78a2396bd8bf8a136060ce52bf4, en de alinea staat in dat document op bytes 6916 tot 8020.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87ff35c0678c2377d2875c01bbcff73887a5d78a2396bd8bf8a136060ce52bf4 | shasum -a 256