Citaat | Hoge Raad 9 november 2007
Alinea 64 Hoge Raad 9 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7557.
Het feest was georganiseerd door Cultuurtechniek, kennelijk mede namens Workshop. De reservering was gedaan op de naam "[eiser 2]". Het ging om een jaarlijks bedrijfsuitje waarvoor alle werknemers waren uitgenodigd. De kosten waren geheel voor rekening van de organisator. De deelnemers hadden meer dan gemiddeld alcoholhoudende drank gedronken en waren luidruchtig. Degenen die aan de middelste tafel zaten, onder wie ook [eiser 2] zelf, juinden elkaar op olie op de barbecue te gooien (rov. 2.10). De aanwezigheid van de werknemers op het personeelsfeest behoorde niet tot hun taak; evenmin hadden zij opdracht of een morele plicht om daarbij aanwezig te zijn. Noch deze omstandigheden, noch de aanwezigheid van hun partners op het feest of het feit dat het vooral ging om de onderlinge gezelligheid, neemt weg dat het om een door de werkgever georganiseerd feest ging, dat de werknemers daarbij aanwezig waren omdat zij werknemers waren van Cultuurtechniek of Workshop en dat een dergelijk feest kan worden geacht mede in het belang te zijn van de saamhorigheid in het bedrijf en de motivatie van de daar werkzame personen. Daarom is, in weerwil van de eerstgenoemde omstandigheden, een voldoende nauwe band met hun taak als bedoeld in art. 6:170 BW komen vast te staan. Verder is van belang dat [verweerder 1], [verweerder 3] en [verweerder 4a] tegenover de politie over [eiser 2] hebben gesproken als over "mijn baas". [Eiser 2] had dus die avond blijkbaar, als middellijk directeur en feitelijk leidinggevende van Cultuurtechniek en Workshop, ook in hun beleving uit hoofde van het werkgeverschap van die bedrijven een zekere zeggenschap over hen. Daarbij komt dat gelet op de aard van het feest en de uitvoering daarvan alsmede het gezamenlijk optrekken van de feestgangers, alle betrokkenen - Cultuurtechniek en Workshop daaronder begrepen - als een zekere eenheid naar buiten traden, als behorend bij één bedrijf. De eigenaren/exploitanten van Groot Kievitsdal mochten hen ook als zodanig beschouwen. Nu gesteld noch gebleken is dat [eiser 2] heeft getracht te voorkomen dat olie op de barbecue werd gegooid - integendeel, vooralsnog is juist aannemelijk dat [eiser 2] mede daartoe heeft aangezet en daarmee de kans op schade heeft vergroot - is de werkgever van de werknemers uit hoofde van art. 6:170 BW aansprakelijk voor de onderhavige schade, mits komt vast te staan dat deze het gevolg is van een fout van (één of meer van) de werknemers (rov. 2.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f14da401d688afaaef8cd1ec2dd0d8a81e387087029985dfd2a6c57acba688ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f14da401d688afaaef8cd1ec2dd0d8a81e387087029985dfd2a6c57acba688ce, en de alinea staat in dat document op bytes 14292 tot 16774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f14da401d688afaaef8cd1ec2dd0d8a81e387087029985dfd2a6c57acba688ce | shasum -a 256