Citaat | Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 73 Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7560.

3.4 Wat de toepassing van art. 283 (oud) K. betreft, wordt voorts het volgende tot uitgangspunt genomen. De kosten die een verzekerde heeft gemaakt ter voldoening aan zijn verplichting het intreden van schade te voorkomen of ingetreden schade te beperken, komen voor vergoeding in aanmerking als de verzekerde in redelijkheid heeft mogen aannemen dat sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar dat slechts door het treffen van bijzondere maatregelen kon worden weggenomen en als deze maatregelen, die, ook als daartoe een andere verplichting bestond, ten bate van de verzekeraar moeten zijn gemaakt, redelijk en doelmatig zijn. Een en ander moet worden beoordeeld naar het tijdstip waarop de verzekerde tot het nemen van maatregelen heeft besloten. De verzekerde mag daarbij in beginsel afgaan op het advies van ingeschakelde deskundigen, tenzij de verzekerde wist of had behoren te weten dat dit advies niet op deugdelijke gronden berustte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24e99cf0ff2590ea3f60c446b55a56ca8186423dcf12c189a794c753222db6ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24e99cf0ff2590ea3f60c446b55a56ca8186423dcf12c189a794c753222db6ca, en de alinea staat in dat document op bytes 18826 tot 19785.