Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2007

Alinea 97 Hoge Raad 16 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7650.

Ik heb [betrokkene 1] in de tweede klas van de middelbare school leren kennen. We zijn goede vriendinnen geworden. [Betrokkene 1] merkte dat het niet goed met mij ging en zij wilde dat ik [verdachte] leerde kennen, zodat hij mij kon helpen. Ik ben aan hem voorgesteld bij [betrokkene 1] thuis, in aanwezigheid van [betrokkene 1] en haar moeder. Ik begreep op dat moment dat de moeder van [betrokkene 1] al onder behandeling was van [verdachte]. Voor mijn gevoel was de kennismaking met [verdachte] tegelijkertijd een intakegesprek. Hij zei niet echt veel. Ik moest de behandeling zelf willen, dat begreep ik wel van hem. Toen ik aangaf dat ik behandeld wilde worden, gaf [verdachte] aan dat hij mij kon behandelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7de634094b1999f037866b7a3ecb94fc02f62beacddd2cd9c3d11d111fb38216. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7de634094b1999f037866b7a3ecb94fc02f62beacddd2cd9c3d11d111fb38216, en de alinea staat in dat document op bytes 23186 tot 23914.