Citaat | Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 27 Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7658.

De rechtbank heeft dienaangaande de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld. Aangeefster heeft bij haar aangifte op 6 mei 2003 geen signalement kunnen geven van de mannen die haar beroofd hebben. Zij heeft verklaard dat toen zij haar slot van haar snorfiets wilde losmaken zij voelde dat er aan haar schouder werd getrokken. Zij keek om en zag drie jongens om haar heen staan. Dat was het eerste moment dat zij deze personen zag. Direct daaropvolgend kreeg zij een klap tegen haar hoofd en is zij gevallen. Dit alles duurde volgens aangeefster nog geen seconde en ging ontzettend snel allemaal. Zij heeft naar eigen zeggen nauwelijks de gelegenheid gehad om de personen die haar aanvielen goed te bekijken. In dit licht bevreemdt het ten zeerste dat aangeefster bijna een jaar na de aangifte echter wel een tot in de kleinste details nauwkeurig signalement van deze mannen heeft gegeven. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de herkenning van verdachte door aangeefster dan ook niet betrouwbaar genoeg om tot het bewijs van het onder 1 primair telastgelegde feit te worden gebezigd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ec46232e1e158680689376217d3da786a6a5ef62d5838336f3340a59834050. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ec46232e1e158680689376217d3da786a6a5ef62d5838336f3340a59834050, en de alinea staat in dat document op bytes 7560 tot 8669.