Citaat | Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 28 Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7658.

3.4. Hetgeen door de Advocaat-Generaal bij het Hof is aangevoerd heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk niet opgevat als een voldoende stellige en duidelijke vordering tot het (doen) horen van een getuige. Die vordering houdt immers slechts in dat het "aanbeveling" verdient om de aangeefster als getuige te horen indien het Hof enige twijfel koestert omtrent de herkenning van de verdachte door de aangeefster.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ec46232e1e158680689376217d3da786a6a5ef62d5838336f3340a59834050. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ec46232e1e158680689376217d3da786a6a5ef62d5838336f3340a59834050, en de alinea staat in dat document op bytes 8707 tot 9139.