Citaat | Hoge Raad 13 november 2007

Alinea 33 Hoge Raad 13 november 2007

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7667.

Terzake van het eerste door de raadsvrouw gevoerde verweer overweegt het hof het volgende. Aan de hand van het dossier kan het volgende worden vastgesteld. In verband met de tegen haar gerezen verdenking is de verdachte op 13 januari 2004 te 10:05 uur voor het eerst verhoord. Om 11:00 uur heeft het verhoor ter inverzekeringstelling plaatsgevonden en om 11:10 uur is de verdachte in verzekering gesteld. Het derde verhoor heeft om 14:21 uur plaatsgevonden. In al deze verhoren ontkent de verdachte iedere betrokkenheid bij het tenlastegelegde; zij geeft aan van niets te weten. Bij haar vierde verhoor die dag om 15:55 uur geeft zij echter openheid van zaken. Blijkens deze verklaring is zij door een zekere [betrokkene 1] benaderd om voor hem een postpakket bevattende onder meer cocaïne in ontvangst te nemen, welke verklaring zij een dag later, bij haar zesde verhoor te 10:50 uur van nadere details heeft voorzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671, en de alinea staat in dat document op bytes 15126 tot 16059.