Citaat | Hoge Raad 13 november 2007
Alinea 42 Hoge Raad 13 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7667.
3.4. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Bewijsuitsluiting als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg kan uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en voorts door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Zulks moet worden beoordeeld in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van art. 359a, tweede lid, Sv en van de omstandigheden van het geval (vgl. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004, 376 rov. 3.6.4-3.6.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671, en de alinea staat in dat document op bytes 21622 tot 22748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671 | shasum -a 256