Citaat | Hoge Raad 13 november 2007
Alinea 44 Hoge Raad 13 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7667.
3.6. In zijn hiervoor onder 3.3 weergegeven overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de omstandigheid dat de verdachte te laat van rechtsbijstand is voorzien niet een zodanig ernstig vormverzuim oplevert dat dit, mede gelet op het daardoor ontstane nadeel voor de verdachte, moet leiden tot de vergaande sanctie van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging of uitsluiting van het bewijs. Dat het verzuim niet leidt tot bewijsuitsluiting heeft het Hof meer in het bijzonder gegrond op zijn oordeel, daarop neerkomende dat niet gezegd kan worden dat de voor het bewijs gebezigde - bekennende - verklaring door het verzuim is verkregen. Daarbij heeft het Hof betekenis toegekend aan de omstandigheden dat niet is vast te stellen dat bij een correcte piketmelding wel tijdig een raadsman bijstand had kunnen verlenen aan de verdachte, dat de politie bij het afnemen van het verhoor niet op de komst van een (piket)advocaat had behoeven te wachten en dat de verdachte bij de aanvang van het verhoor er op is gewezen dat zij niet tot antwoorden verplicht is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671, en de alinea staat in dat document op bytes 23220 tot 24343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c95ea9b2d3b6900b9d78abe7d9df7932ff75f95c8d0d4fdb175dd09c2c3e5671 | shasum -a 256