Citaat | Hoge Raad 25 september 2007
Alinea 49 Hoge Raad 25 september 2007
Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7694.
"Ik ben als medewerker receptie werkzaam bij Hotel [het hotel] te Wassenaar. Vanuit de hoteladministratie was mij bekend dat op 11 november 2003 een persoon zich in het hotel had ingeschreven onder de naam [verachte]. [Verdachte] had kamer 129 voor een (1) nacht gehuurd. Op 12 november 2003 zag ik [verdachte], de man van kamer 129, de receptie binnen komen lopen. [Verdachte] vroeg mij of ik een taxi voor hem wilde bellen. Ik heb toen [betrokkene 5] van het taxibedrijf "[...]" voor hem gebeld. Omstreeks 14.40 uur is hij door de taxi opgehaald. Een kwartiertje later belde ik [betrokkene 5] en hij vertelde mij dat hij de man op een adres in de [a-straat] in [woonplaats] had afgezet. Direct na het vertrek van [verdachte] werd kamer 129 schoongemaakt. Na het schoonmaken kwam de schoonmaakster naar mij toe en gaf mij een GSM van het merk Siemens."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24514a022f70f6a2f89cdb04f54cc08f43e1195de376093b5add54795897bf81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24514a022f70f6a2f89cdb04f54cc08f43e1195de376093b5add54795897bf81, en de alinea staat in dat document op bytes 16607 tot 17473.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/24514a022f70f6a2f89cdb04f54cc08f43e1195de376093b5add54795897bf81 | shasum -a 256