Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 44 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7911.
De raadsvrouw heeft voorts gesteld dat het vermoeden van de douane dat de door verdachte meegebrachte flessen en de bodem van haar tas cocaïne bevatte, geen redelijke verdenking is dan wel een vermoeden is dat gelijk kan worden gesteld als voldoende feiten en omstandigheden waarop een redelijke verdenking in de zin van artikel 27 Sv kan worden gebaseerd, waardoor de vruchten verkregen door de onredelijke verdenking dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Door haar ten onrechte aan te merken als verdachte is de verdachte onherstelbaar in haar belangen geschaad, aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c75fa4916390331f416671de1d5d04b10a4fca4b2512ca1c32ac41dd170c424a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c75fa4916390331f416671de1d5d04b10a4fca4b2512ca1c32ac41dd170c424a, en de alinea staat in dat document op bytes 13976 tot 14582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c75fa4916390331f416671de1d5d04b10a4fca4b2512ca1c32ac41dd170c424a | shasum -a 256