Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 66 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7911.
Het Hof heeft immers blijkens de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen onder meer vastgesteld dat de verdachte een tas nodig had, dat [betrokkene 1], die zij van de straat kende, zei dat hij een goede tas had die zij wel mocht lenen, dat zij die kleine tas van [betrokkene 1] heeft geleend en als ruimbagage heeft ingecheckt en dat in die tas 491,3 gram cocaïne is aangetroffen. Het Hof heeft vervolgens in de hiervoor bedoelde overweging als zijn niet onbegrijpelijke oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verdachte, die geen nadere informatie heeft kunnen of willen verstrekken over [betrokkene 1], voor de inhoud van de tas verantwoordelijk was, en dat de verdachte, door zonder de tas grondig te controleren die tas te vervoeren, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich in de bagage die zij meenam uit Curaçao - waarvan bekend is dat het als uitvalsbasis dient voor drugstransporten - cocaïne zou bevinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c75fa4916390331f416671de1d5d04b10a4fca4b2512ca1c32ac41dd170c424a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c75fa4916390331f416671de1d5d04b10a4fca4b2512ca1c32ac41dd170c424a, en de alinea staat in dat document op bytes 20290 tot 21244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c75fa4916390331f416671de1d5d04b10a4fca4b2512ca1c32ac41dd170c424a | shasum -a 256