Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2007

Alinea 40 Hoge Raad 9 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7919.

"[Verdachte] en ik trokken onze maskers aan en gingen op de man af. Ik ging bij de bestuurderszijde en [verdachte] en [medeverdachte 1] gingen via het andere portier. Ik haalde mijn vuistvuurwapen te voorschijn, bedreigde de man ermee en zei hem rustig te blijven. De man gaf mij een duw en begon met ons te vechten. Het lukte [medeverdachte 1] om een van de halskettingen van de man af te nemen. Toen we bezig waren met de man zag ik een nikkelkleurige revolver tussen zijn broeksband. Op een gegeven moment deinsde ik naar achteren. De man stapte uit de auto. Hij haalde zijn revolver tevoorschijn. Ik sloeg deze van hem af en hij viel tegen het wegdek. Ik raapte hem op en rende weg. De man besloot mij te volgen. Op dat moment loste [medeverdachte 1] een schot op de man. Hij raakte die man in zijn rug. Toen de man viel renden wij alledrie weg."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/241d25dc19562ca57a004dc21c487817c782cf09f9d2a0e0a3a00807d96633d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 241d25dc19562ca57a004dc21c487817c782cf09f9d2a0e0a3a00807d96633d7, en de alinea staat in dat document op bytes 14972 tot 15835.