Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 34 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7932.
Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat [medeverdachte 2] tegen hem had gezegd dat hij de auto van verdachte nodig had teneinde zijn vriendin te bezoeken. Gelet op de door [medeverdachte 2] tegenover het Hof afgelegde verklaring dat hij op het moment dat hij de auto van verdachte vroeg zijn vriendin al had gezien, acht het Hof niet aannemelijk dat door [medeverdachte 2] dit als reden is opgegeven voor het gebruik van zijn auto.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a, en de alinea staat in dat document op bytes 12776 tot 13240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a | shasum -a 256