Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 39 Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7932.
"Artikel 49, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat bij het bepalen van straf alleen die handelingen in aanmerking komen die de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, benevens hun gevolgen. Het Hof ziet geen reden om op grond van deze bepaling de dood van [slachtoffer 1] niet in aanmerking te nemen. Zoals hierboven overwogen, moet verdachte zich bewust zijn geweest van de aanmerkelijke kans."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a, en de alinea staat in dat document op bytes 15620 tot 16071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a | shasum -a 256