Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 42 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7932.

3.4. Het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk middelen heeft verschaft tot het plegen van een misdrijf, te weten een moord. Daartoe is vereist dat niet alleen bewezen wordt dat verdachtes opzet gericht was op het verschaffen van middelen als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 2°, Sr, doch tevens dat verdachtes opzet al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op het misdrijf (vgl. HR 13 november 2001, LJN AD4372, NJ 2002, 245). Daarbij verdient echter opmerking dat uit de art. 47, 48 en 49 Sr, gelezen in onderling verband en samenhang, volgt dat enerzijds ten aanzien van de medeplichtige bij de bewezenverklaring en kwalificatie moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan, en dat anderzijds het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond (vgl. HR 27 oktober 1987, NJ 1988, 492).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a, en de alinea staat in dat document op bytes 16414 tot 17471.