Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 44 Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7932.

3.6. Het Hof heeft vervolgens bij het bepalen van de straf tot uitdrukking gebracht dat de verdachte wel (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad, maar dat daarbij van voorbedachte raad bij hem geen sprake is geweest. Die beslissing die met zich meebrengt dat het toepasselijke strafmaximum is bepaald op grond van medeplichtigheid tot doodslag en niet op grond van medeplichtigheid tot moord, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het in art. 49, vierde lid, Sr bepaalde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17c3128c146f3ff7f7709ee9d0b6e536d45622e92fc3acf966048f43d3cbeb9a, en de alinea staat in dat document op bytes 18351 tot 18877.