Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2007
Alinea 28 Hoge Raad 12 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7958.
3.3 Art. 15b lid 1 F. bepaalt dat de rechtbank, in de aldaar genoemde gevallen, op verzoek van de gefailleerde het faillissement kan opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn bedoeld in art. 3 lid 1 geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend. Bij de in art. 15b lid 1 genoemde omstandigheden gaat het derhalve om omstandigheden die zich hebben voorgedaan binnen de bedoelde termijn van veertien dagen (HR 10 juni 2005, nr. R04/145, NJ 2005, 314). Blijkens de tekst van art. 3 lid 1 begint die termijn te lopen daags na de verzending van de brief waarin de griffier de schuldenaar, tegen wie een verzoek tot faillietverklaring is gedaan, kennis geeft dat hij een verzoekschrift als bedoeld in art. 284 kan indienen. Ingevolge art. 3 lid 3 en art. 3a wordt, indien de schuldenaar tijdig van die mogelijkheid gebruik maakt, diens verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met voorrang boven de faillissementsaanvrage behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833, en de alinea staat in dat document op bytes 10038 tot 11223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833 | shasum -a 256