Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2007

Alinea 30 Hoge Raad 12 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7958.

3.4.2 Het vorenstaande brengt mee dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de gefailleerde indiening van een verzoekschrift als bedoeld in art. 284 binnen de termijn van art. 3 lid 1 achterwege heeft gelaten wegens hem toe te rekenen omstandigheden, indien niet blijkt van het bestaan van een door de schuldenaar getekend bericht van ontvangst, of van een bericht van het postbedrijf waaruit kan worden afgeleid dat de schuldenaar heeft geweigerd het stuk in ontvangst te nemen dan wel heeft nagelaten het af te halen, na een op zijn adres achtergelaten bericht van aankomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833, en de alinea staat in dat document op bytes 12672 tot 13269.